Praktijkverhalen
Momenten uit mijn werk
die mij zelf soms ook verrassen.
De laatste tijd valt mij iets op.
Sommige vrouwen zitten tegenover mij en verwachten dat het oplossen van hun probleem best even kan duren.
Niet omdat hun verhaal klein is. Integendeel.
De problematiek die vrouwen meenemen is vaak intens. Verhalen die jaren hebben gewacht om uitgesproken te worden.
En toch voelt het werk de laatste tijd anders.
Wat vroeger zwaar kon voelen, lijkt nu bijna vanzelf te gaan. Alsof iets zijn plek heeft gevonden.
Soms gaat het zelfs zo snel dat ik het zelf bijna niet kan geloven. Dan hoor ik mezelf zeggen: “Volgens mij zijn we klaar.”
Met een kleine spanning in mijn buik. En in de hoop dat de vrouw tegenover mij het ook werkelijk kan aannemen.
Want hier gebeurt iets belangrijks.
Wanneer iemand werkelijk kan aannemen dat het werk gedaan is, kan het systeem tot rust komen.
Maar wanneer de mind blijft zoeken naar bewijs dat het nog niet voorbij is, begint alles opnieuw te bewegen.
Dan gaat het denken weer analyseren. Twijfelen. Uitleg zoeken. Terwijl het werk dat ik doe zich niet laat analyseren.
En precies daar kan het proces zichzelf weer uit elkaar trekken. Soms is het werk zelf niet het moeilijkste deel.
Het moeilijkste moment is wanneer iemand moet durven geloven dat het werkelijk anders kan zijn. Dat het hoofdstuk waar ze zo lang in heeft geleefd nu gesloten mag worden.
Dat ze niet meer hoeft te blijven zoeken naar wat er nog mis is. Maar dat ze mag beginnen met leven vanuit wat weer heel is.
Misschien was de buitenkant een tijd gebroken. Maar de binnenkant is nooit echt stuk geweest.